De ‘limonadewesp’ is met een verschil van
slechts twintig exemplaren nipt de nummer 1 in de nationale wespentelling van
2026. De top 4 van de telling is identiek aan die van 2025.
De graafwespen
completeren als nieuwkomer de top 5. Er zijn ruim 550 limonadewespen minder
geteld dan vorig jaar, terwijl er wel meer deelnemers waren die gezamenlijk ook
nog eens meer tellingen hebben uitgevoerd.
Is het echt een slecht
wespenjaar?
Dit jaar werden er 1126 limonadewespen geteld, een
gemiddelde van 2,7 per telling. Dat is beduidend minder dan het gemiddelde van
4,3 per telling in 2025. Dit resultaat lijkt het beeld te bevestigen dat 2026
een slecht wespenjaar is. Bij de Wespenstichting merken ze daar echter niet
veel van. Voorzitter Sjoert Fleurke: “Zowel het aantal hulpaanvragen als het
aantal verplaatsingen van wespennesten is dit jaar fors gestegen. Het aantal
hulpaanvragen staat dit jaar al op zo’n 3.000, terwijl we er vorig jaar net
geen 2.600 hebben behandeld. En dan is het jaar nog niet eens voorbij.” Over
het aantal verplaatste wespennesten kon Fleurke nog geen uitspraken doen: “Daar
hebben we pas aan het eind van het jaar betrouwbare cijfers over.”
Gemiddelden over vrijwel gehele
linie lager
De gemiddelden per telling zijn in de meeste
gevallen lager dan vorig jaar. Wel laten de graafwespen een opvallende stijging
zien: van 0,33 per telling naar 0,58. Ook de geelpoothoornaar, tot begin dit
jaar nog Aziatische hoornaar genoemd, laat een
duidelijke stijging in gemiddelde zien. Met een stijging van 0,17 naar 0,29 is
de stijging vergelijkbaar met die van de graafwespen. Net als de meeste wespen
zijn ook de honingbijen en zweefvliegen zowel in aantallen als in gemiddelde
per telling gedaald. “Dit bevestigt het beeld dat het slecht gaat met de
insecten in ons land, en dat dit jaar niet alleen voor de wespen slecht is,
maar ook voor veel andere insecten”, aldus Fleurke.
Minder zweefvliegen: minder
prooien
De afname van het aantal zweefvliegen kan een
van de oorzaken zijn van minder wespen. Vliegen zijn belangrijke prooien voor
wespen, minder vliegen betekent minder voedsel voor de larven. Zweefvliegen
horen dus ook bij die prooien en kunnen als signaal worden gezien dat er minder
prooien zijn voor de wespen. Deelnemers konden tijdens de telling ook ‘0
wespen’ opgegeven wanneer ze geen enkele wesp zagen. Dit is bij 22 tellingen
ingevoerd, ook dat is een signaal dat 2026 een slecht wespenjaar is.
Uitslag later bekend door
hertellingen
Hoewel ‘wespennest’ op het telformulier staat,
was het voor een aantal deelnemers kennelijk niet duidelijk dat de wespen van
dat nest niet hoefden te worden geteld. Enkele tellingen lieten uitzonderlijk
hoge aantallen limonadewespen zien, waardoor er hertellingen nodig waren.
Woordvoerder Nathan Veenstra van de Wespenstichting vertelt: “Er waren mensen
die 100, 600 of zelfs 1800 limonadewespen hadden geteld, dat moesten wel nesten
zijn. We hebben die mensen benaderd om dit te verifiëren en met hun antwoorden
de aantallen handmatig gecorrigeerd. Zelfs die hertellingen moesten we nog eens
controleren om er zeker van te zijn dat we de juiste cijfers hadden. Daarom
duurde het langer tot we de definitieve uitslag bekend konden maken.“
Fanatieke tellers
Ook de ijverigheid van een aantal deelnemers
zorgde voor extra uitzoekwerk. “Er was een aantal fanatieke tellers dat heel
specifieke soorten opgaf in het vrije veld. Sommigen gingen zelfs zover om de
wetenschappelijke naam op te geven", vertelt Veenstra. “Als liefhebber
snap ik dat fanatisme heel goed, maar het is niet nodig. We hebben een aantal
groepen met families en geslachten op het telformulier, waar deze soorten onder
vallen. Dat is voor de wespentelling voldoende.” Een mexicaanse langsteelgraafwesp
kan dus onder graafwespen worden geteld, en hoeft niet apart te worden
opgegeven.
Aantal deelnemers uit Gelderland stabiel
Landelijk waren er meer deelnemers aan de
nationale wespentelling dit jaar, het aantal deelnemers uit Gelderland bleef
met 58 stabiel. Zij telden gezamenlijk wel minder vaak: 83 keer tegenover 90 in
2025. “Het was zelfs nog even krap”, zegt woordvoerder Nathan Veenstra. “Tot
het laatste weekend waren er meer deelnemers en tellingen uit Zuid-Holland.
Gelderland heeft in de laatste twee dagen nog een inhaalslag gemaakt.” De
stichting hoopt natuurlijk op nog meer deelnemers uit Gelderland in 2027, laat
Veenstra weten.