6 OKT 2026 ANP-Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging
De houding van Nederlanders tegenover de wolf verandert. De
maatschappelijke discussie gaat steeds minder alleen over de vraag óf de wolf
in Nederland thuishoort en steeds meer over waar wolven kunnen leven, hoeveel
wolven aanvaardbaar zijn en wanneer ingrijpen nodig is. In 2026 kiest 75
procent van de Nederlanders voor actief beheer van wolven in het
buitengebied.
Dat blijkt uit het Opinieonderzoek 2026 naar jacht,
natuur en wildbeheer, uitgevoerd door Zest Marketing in opdracht van de
Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.
Op de vraag hoe Nederland met wolven in het buitengebied
moet omgaan, kiest 47 procent voor het jaarlijks bejagen van een aantal wolven.
Nog eens 28 procent wil het aantal wolven door beheer terugbrengen naar nul. 24
procent vindt dat de natuur haar gang moet gaan en dat niet moet worden
ingegrepen. Daarmee is jaarlijkse bejaging de meest gekozen afzonderlijke
aanpak.
Sinds 2023 is vooral de groep die niets wil ingrijpen
kleiner geworden. Die daalde van 35 naar 24 procent. Tegelijkertijd steeg het
aandeel dat het aantal wolven naar nul wil terugbrengen van 19 naar 28 procent.
De voorkeur voor jaarlijkse bejaging bleef met 46 procent in 2023 en 47 procent
in 2026 vrijwel gelijk.
Wolf wel in Nederland, maar niet overal
De uitkomsten betekenen niet dat een meerderheid van de
Nederlanders de wolf volledig uit Nederland wil zien verdwijnen. 55 procent vindt
dat speciale gebieden moeten worden aangewezen waar wolven kunnen verblijven.
17 procent vindt dat de wolf in heel Nederland moet kunnen voorkomen en 28
procent wil het aantal wolven naar nul terugbrengen. De grootste groep kiest
daarmee voor een middenpositie: de wolf wel in Nederland, maar niet overal.
Ook het draagvlak voor het begrenzen van de omvang van de
wolvenpopulatie neemt toe. 64 procent vindt dat de overheid een maximumaantal
wolven moet vaststellen. In 2021 was dat nog 53 procent. Slechts 8 procent is
hier in 2026 tegen. Daarnaast vindt 53 procent dat de landelijke en provinciale
politiek meer ruimte moet krijgen om de omvang van de wolvenpopulatie te
reguleren.
Meer steun voor ingrijpen bij probleemwolven
Wanneer wolven problemen veroorzaken, kiest een ruime
meerderheid eveneens voor actief ingrijpen. 29 procent kiest voor het verjagen
van wolven op plaatsen met kwetsbare diersoorten, 28 procent voor het
afschieten van wolven die problemen veroorzaken en 27 procent voor het
verkleinen van het aantal wolven in bepaalde gebieden door bejaging. Slechts 15
procent vindt dat de mens niet moet ingrijpen.
Opvallend is dat de voorkeur voor het beheren van
probleemwolven sinds 2023 is toegenomen: van 20 naar 28 procent. Het aandeel
dat voor verjagen kiest, daalde tegelijkertijd van 38 naar 29 procent.
Ook bij schade aan gehouden dieren verandert de publieke
voorkeur. 40 procent kiest in 2026 voor vergoeding van de schade in combinatie
met het afschieten van wolven die vee aanvallen. In 2023 was dat 30 procent.
Daarmee is deze combinatie inmiddels de meest gekozen aanpak.
Beschermde status opnieuw kunnen beoordelen
Een meerderheid vindt bovendien dat bescherming niet automatisch
altijd hetzelfde hoeft te blijven. 56 procent vindt dat de beschermde status
van soorten periodiek opnieuw moet kunnen worden beoordeeld wanneer
omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld wanneer aantallen toenemen of schade
ontstaat. In 2023 was dit 52 procent. Slechts 7 procent wijst zo'n periodieke
evaluatie af.
De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging ziet in de
resultaten een duidelijke maatschappelijke verschuiving richting actief en
gereguleerd wolvenbeheer.
Laurens Hoedemaker, directeur van de Koninklijke Nederlandse
Jagersvereniging:
“De discussie gaat steeds minder over vóór of tegen de wolf
en steeds meer over verantwoord beheer. Dat vraagt om duidelijke keuzes over
waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven maatschappelijk aanvaardbaar zijn en
wanneer kan worden ingegrepen.”
Het onderzoek vat die ontwikkeling samen als een
verschuiving van aanwezigheid naar begrenzing en beheer. Voor veel Nederlanders
blijken de aanwezigheid van de wolf en actief beheer daarvan geen
tegenstellingen te zijn.
Het Opinieonderzoek 2026 is gebaseerd op antwoorden van
3.005 Nederlanders van 18 jaar en ouder en maakt deel uit van een onderzoeksreeks die sinds 2014 wordt uitgevoerd. Het volledige onderzoek verstrekken wij
op aanvraag.
Bericht: ANP - Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging