Onderzoek onder 500 55-plussers: extreem lange wachtlijsten duwen ouderen terug in een woning die niet meegroeit.
13 augustus 2026. Bijna twee derde van de Nederlandse
55-plussers (63%) voelt zich nauwelijks of helemaal niet gehoord door de
overheid als het gaat om woonproblemen van ouderen. Slechts 7% ervaart zich wel
volledig gehoord. Van wie zich ooit inschreef voor een seniorenwoning, staat
inmiddels 39% al langer dan vijf jaar op de wachtlijst. Dat blijkt uit
onderzoek van
Smienk, uitgevoerd onder 500 Nederlandse 55-plussers.
Wachtlijsten van jaren, aanbod dat niet meegroeit
Van de Nederlandse 55-plussers vindt 79% het aanbod aan
geschikte seniorenwoningen in de eigen regio onvoldoende. Wie eenmaal op de
wachtlijst staat, wacht vaak jaren: 39% van de ingeschrevenen staat al langer
dan vijf jaar te wachten op een passende woning. Toch overweegt 50% van de
ondervraagden helemaal niet te verhuizen.
Dat is niet uit onverschilligheid, maar uit realisme:
slechts 24% beoordeelt de eigen woning nu als volledig geschikt om oud in te
worden. Voor een grote groep ouderen is thuis blijven wonen dus geen vrije
keuze, maar een gedwongen conclusie bij gebrek aan een reëel alternatief.
Over de rol van de overheid zijn de ondervraagden ronduit
kritisch. Bijna twee derde, 63%, voelt zich nauwelijks of helemaal niet gehoord
als het gaat om woonproblemen voor ouderen. Slechts 7% ervaart zich volledig
gehoord. Dat beeld past bij de lange wachtlijsten en een woningmarkt die voor
ouderen weinig ruimte biedt.
Berust, maar niet zonder onrust
Opvallend genoeg maakt die situatie de meeste ouderen niet
wakker van zorgen. 64% zegt weinig zorgen te hebben over de toekomstige
woonsituatie. Bij doorvragen blijkt echter dat 40% in enige of sterke mate het
gevoel heeft vast te zitten in de huidige woning. Die rust is voor een deel
schijnrust: niet onbezorgd, maar berust.
Wie bepaalt uiteindelijk wanneer de woning wordt aangepast?
De bewoner zelf, in 43% van de gevallen. De partner volgt met 23%, een val of
gezondheidsprobleem met 15%. Kinderen, artsen en ergotherapeuten spelen slechts
een marginale rol.
Dat sterke gevoel van eigen regie is op zichzelf positief,
maar heeft ook een keerzijde: zolang de bewoner het moment nog niet rijp acht,
komt er niets in beweging, ook niet als de wachtlijst intussen verder oploopt.
Bewust uitstel tot een medische trigger
Verreweg de meeste belemmeringen die mensen noemen zijn niet
praktisch van aard, maar psychologisch. De meest genoemde reden om nog niets
aan de woning te doen: 34% wacht bewust tot aanpassing echt noodzakelijk is.
Nog eens 29% vindt het simpelweg nog niet nodig. Samen beslaat dit ruim de
helft van de respondenten die nog niet in actie zijn gekomen. Kosten vormen
voor 18% een drempel, maar spelen voor de meerderheid geen rol. Slechts 5%
geeft aan dat de woning zich er technisch niet voor leent.
Voor 53% van de respondenten is een concrete verandering in
de gezondheid de trigger die hen uiteindelijk over de streep trekt. Een val,
een diagnose of een ziekenhuisopname: pas dan wordt de knop omgezet. Dat is
precies het moment waarop haast geboden is en rust ontbreekt, terwijl een
weloverwogen keuze voor de juiste aanpassing nu juist tijd en orientatie
vraagt.
Traplift blijft de populairste oplossing
Gevraagd welke aanpassingen zij al hebben gedaan of
overwegen, noemt 77% een traplift. Dat is ruimschoots de populairste keuze, met
een flinke voorsprong op beugels en handgrepen (46%) en het verwijderen van
drempels (19%). Als gevraagd wordt welke aanpassing mensen als eerste zouden
doen bij achteruitgaande mobiliteit, kiest 47% opnieuw voor een traplift. De op
twee staande optie, verhuizen naar een gelijkvloerse woning, scoort 17%.
Een traplift maakt het mogelijk om alle verdiepingen van de
eigen woning te blijven gebruiken en sluit daarmee het best aan bij de wens om
thuis te blijven wonen. Het vertrouwen hierin is breed: 77% van de respondenten
denkt dat woningaanpassingen hen in staat stellen langer zelfstandig thuis te
wonen. Zolang de overheid geen antwoord biedt op de wachtlijsten, blijft dit
voor veel ouderen de enige realistische stap.
Over het onderzoek
Het Smienk trapliften Woononderzoek 2026 werd uitgevoerd in
mei en juni 2026 via een online enquete onder 500 Nederlandse respondenten van
55 jaar en ouder. De steekproef is representatief naar leeftijdscategorie (55
tot 80+), geslacht en provincie. In totaal werden 29 vragen gesteld over
woonsituatie, aanpassingen, verhuisgeneigdheid en toekomstverwachting. Alle
resultaten zijn beschikbaar via
https://www.smienktrapliften.nl/woononderzoek-2026/