Ede/Lunteren – Negen wolvenaanvallen in vijftien
maanden hebben Valleilam gedwongen tot een nieuwe koers. De schapenboerderij
tussen Ede en Lunteren houdt minder schapen en bouwt met Black Angus-runderen
aan een nieuwe tak: lokaal geproduceerd, gras gevoerd rundvlees rechtstreeks
van de boer.
Negen wolvenaanvallen in vijftien maanden, met tientallen
dode schapen als gevolg. Voor Valleilam was dat het moment waarop een
ingrijpende beslissing onvermijdelijk werd.
“We houden al jaren op extensieve wijze dieren in de
Doesburger Eng en omgeving,” vertelt Bart Kemp. “Daarmee dragen we bij aan een
aantrekkelijk landschap en aan de biodiversiteit. Maar na de vele
wolvenaanvallen was de rek eruit. Er moest iets veranderen.”
Hoewel alle permanente weiden zijn voorzien van wolf werende
rasters, bleek dat in de praktijk onvoldoende bescherming te bieden. Daarom is
de schapenstapel teruggebracht van ongeveer 800 naar circa 200 dieren.
De vrijgekomen ruimte wordt inmiddels ingenomen door een
dertigtal Black Angus-runderen. Net als de schapen leven zij vrijwel het hele
jaar buiten op kruidenrijke graslanden. Wie regelmatig in de Doesburger Eng,
langs de Hessenweg of in de omgeving van Lunteren komt, heeft de robuuste
zwarte runderen met hun kalveren waarschijnlijk al zien grazen.
Onder de naam Valleirund bouwt het familiebedrijf aan een
nieuwe tak: lokaal geproduceerd, gras gevoerd rundvlees, rechtstreeks van de
boer voor inwoners van Ede en de regio.
Ook rond de monumentale boerderij aan de Woutersweg blijft
natuur een belangrijke rol spelen. Door het aanplanten van bomen, struweel en
andere landschapselementen wordt gewerkt aan een gevarieerd leefgebied voor
vogels, insecten en andere dieren.
“Het woord duurzaam wordt tegenwoordig vaak gebruikt,” zegt
Kemp. “Voor ons betekent het vooral dat onze dieren buiten leven, gras eten en
rustig kunnen opgroeien. We gebruiken geen kunstmest en alleen waar nodig zeer
beperkt gewasbeschermingsmiddelen. Antibiotica of andere medicijnen zijn bij
onze runderen eigenlijk nauwelijks nodig.”
Met een glimlach voegt hij toe: “Dat betekent ook dat ons
vlees misschien iets duurder is dan vlees uit de supermarkt. Daar staat
tegenover dat mensen precies weten waar het vandaan komt en hoe de dieren
hebben geleefd.”
Inmiddels is het eerste rund verwerkt tot vlees. De dieren
worden door de boer zelf naar een regionale slager gebracht, waar het vlees
wordt verwerkt. Zo blijft de hele keten overzichtelijk en lokaal.
“Wij hopen op deze manier niet alleen een bijdrage te
leveren aan het landschap, maar ook aan de verbinding tussen boer, dier en
consument,” besluit Kemp. “Natuurlijk moet er ook een boterham verdiend worden.
Daarom verkopen we rundvleespakketten. Pas wanneer een dier volledig is
verkocht, wordt het volgende rund verwerkt. Zo produceren we precies wat nodig
is en voorkomen we verspilling.”
Wilt u zelf proeven hoe lokaal en gras gevoerd rundvlees
smaakt?
Op 8 juli wordt het volgende Black Angus-rund
verwerkt en op 17 juli liggen de rundvleespakketten klaar om te worden
opgehaald. Er is nog een beperkte hoeveelheid pakketten beschikbaar.
Kijk daarom snel op de website van Valleirund en reserveer uw pakket voordat
deze verkoopronde is uitverkocht.